ECLI:NL:RBDHA:2021:15664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf EU-burger wegens onvoldoende bewijs rechtmatig verblijf
Eiseres, een Spaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een document duurzaam verblijf burgers van de Unie, stellende dat zij van juni 2011 tot en met september 2016 rechtmatig in Nederland verbleef als werknemer. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken rechtmatig verblijf gedurende vijf jaar. Eiseres maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat zij tijdelijk arbeidsongeschikt was en dat verweerder haar bezwaargronden niet volledig had betrokken.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het bezwaar onzorgvuldig had behandeld door niet in te gaan op aanvullende bezwaargronden van eiseres. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit wegens strijd met de Awb. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij gedurende de relevante periode onafgebroken rechtmatig verblijf had, noch dat zij economisch niet-actief was met voldoende middelen van bestaan.
Verweerder had eiseres verzocht om objectief verifieerbare stukken over haar inkomsten en uitgaven, maar deze werden onvoldoende overlegd. Ook de verklaring over financiële steun door derden was onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand en eiseres krijgt geen duurzaam verblijfsrecht toegekend.