ECLI:NL:RBDHA:2021:15676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en terugkeerbesluit Surinaamse vrouw wegens kennelijke ongegrondheid
Eiseres, een vrouw met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, omdat zij in Suriname sociaal-maatschappelijk niet kon functioneren en financieel afhankelijk was, onder meer door gedwongen prostitutie. De IND wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat zij toegang had tot de arbeidsmarkt en geen bewijs leverde van ernstige beperkingen in toegang tot huisvesting, medische zorg of rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij bij terugkeer ontoegankelijk zou zijn tot essentiële voorzieningen en dat haar financiële problemen en keuze voor prostitutie niet leidden tot een vluchtelingenstatus of bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro. Ook vond de rechtbank dat het terugkeerbesluit rechtsgeldig was, ondanks dat het niet expliciet het land van terugkeer vermeldde, aangezien duidelijk was dat Suriname het land van herkomst is.
Eiseres had bezwaar tegen de afwijzing als kennelijk ongegrond en het ontbreken van een hoorprocedure bij oplegging van het terugkeerbesluit, maar deze gronden werden verworpen. De rechtbank stelde dat eiseres zich tijdig had gemeld en haar asielaanvraag had ingediend, en dat de aangehaalde jurisprudentie niet van toepassing was op haar situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het terugkeerbesluit, met verwijzing naar het recht op hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit naar Suriname bevestigd.