Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Zij stelde dat zij in Uganda gevaar loopt vanwege haar omgang met homoseksuele vrienden en de toegedichte homoseksuele geaardheid. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en gaf verweerder de gelegenheid het gebrek te herstellen.
Verweerder diende een aanvullend besluit in waarin hij de geloofwaardigheid van de gestelde problemen beoordeelde. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de problemen en toegedichte geaardheid ongeloofwaardig achtte, onder meer omdat eiseres onvoldoende inzicht gaf waarom zij ondanks de risico's haar vrienden bleef ontvangen en terugkeerde naar risicovolle woonplaatsen.
Ook de ontvangst van dreigbrieven en het gedrag van eiseres werden beoordeeld als onvoldoende aannemelijk. De rechtbank verwierp het beroep op risico op detentie en marteling omdat de aanvraag niet gebaseerd was op daadwerkelijke homoseksualiteit maar op toegedichte geaardheid.
Gelet op het herstel van het motiveringsgebrek verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 1.335,-.