ECLI:NL:RBDHA:2021:15682
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublin-verordening
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Dit omdat op grond van de Dublin-verordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een soortgelijke zaak (NL21.4414).
Na onderzoek ter zitting op 13 april 2021 is geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is vanwege de reeds genomen beslissing in de hoofdzaak. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 20 april 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.