ECLI:NL:RBDHA:2021:15689
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER die bij besluit van 4 mei 2020 werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar werd op 6 augustus 2020 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep gegrond was en dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar moest nemen, waarbij verzoeker ook gehoord moest worden. Omdat verweerder bij het primaire besluit had overwogen dat verzoeker de bezwaarprocedure niet mocht afwachten, was er aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorlopige voorziening houdt in dat het primaire besluit wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist en dat verzoeker tot vier weken na die beslissing niet mag worden uitgezet. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol op 22 april 2021 en is zonder mogelijkheid tot rechtsmiddel.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het primaire besluit geschorst totdat op het bezwaar is beslist.