ECLI:NL:RBDHA:2021:15694
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verwijzing naar Italië
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening behandeld samen met een soortgelijke zaak (NL21.4811) op 13 april 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank heeft bij uitspraak in zaak NL21.4811 geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet noodzakelijk is, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening in deze zaak is afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.