ECLI:NL:RBDHA:2021:15696
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Italië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Italië volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De zitting vond plaats op 13 april 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde afwezig waren. De gemachtigde van de Staatssecretaris was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter overwoog dat aangezien op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.4763), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 26 april 2021 door voorzieningenrechter M. Eversteijn in aanwezigheid van griffier T.R. Oosterhoff-Vos. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.