Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tijdens het nader gehoor op 17 augustus en 23 september 2020 is het gehoor voortijdig afgebroken vanwege technische problemen en praktische bezwaren van eiser. Eiser verzocht tussentijds om toezending van de verslagen van deze gehoorzittingen, wat verweerder afwees. Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het afwijzen van het verzoek om tussentijdse toezending van de verslagen een feitelijke handeling is die gelijkgesteld kan worden met een besluit, en dat verweerder het bezwaar terecht ontvankelijk heeft verklaard en inhoudelijk heeft behandeld. Echter, eiser heeft geen procesbelang bij het beroep, omdat hij de verslagen inmiddels op 18 november 2020 heeft ontvangen, waarmee het doel van zijn verzoek is bereikt.
De rechtbank stelt vast dat de door eiser aangevoerde benadeling door de werkwijze van verweerder in het kader van deze procedure niet relevant is, omdat er nog geen besluit is genomen op de asielaanvraag zelf. De vragen over de wijze van het nader gehoor lenen zich niet voor beantwoording in deze procedure. Eiser kan eventuele benadeling later in een procedure over zijn asielaanvraag aan de orde stellen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending.