Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Belgische nationaliteit, werd op 23 maart 2021 onder bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
Eiser voerde aan dat hij niet aan de opdrachten kon voldoen omdat hij in strafrechtelijke detentie verbleef, maar de rechtbank stelde vast dat hij op het moment van de beschikking en in de daaropvolgende 28 dagen niet in detentie zat. Daarnaast had eiser meerdere keren aangegeven Nederland niet vrijwillig te willen verlaten. De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voor bewaring terecht tegen eiser zijn aangevoerd.
Verder vroeg eiser zich af waarom zijn uitzetting zo lang duurt. Verweerder legde uit dat de uitzetting naar België met passende medische waarborgen wordt voorbereid, gezien de medische situatie van eiser. De rechtbank vond dit een gegronde reden om de uitzetting zorgvuldig te regelen.
Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden ongegrond verklaard.