ECLI:NL:RBDHA:2021:15722
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Marokkaanse nationaliteit
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 24 februari 2021 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten met instemming van partijen en sloot het onderzoek. Op dezelfde dag als deze uitspraak deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.2990), waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.G. Nicholson en is definitief, hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.