ECLI:NL:RBDHA:2021:15730
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de asielprocedure.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een gelijksoortige zaak (NL21.5688).
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak is behandeld en er uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, en mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier, op 6 mei 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.