ECLI:NL:RBDHA:2021:15732
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 4 mei 2021, samen met de hoofdzaak met zaaknummer NL21.5719.
Bij uitspraak in de hoofdzaak is het beroep afgewezen, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 6 mei 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en het beroep is afgewezen.