AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Roemenië op grond van Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eisers stelden dat Roemenië niet voldoet aan Europese richtlijnen, met name de Opvangrichtlijn, en dat zij in Roemenië geen adequate opvang, rechtsbijstand en bescherming zouden krijgen.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten opzichte van Roemenië, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eisers zijn er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat dit in hun geval anders is. Het AIDA-rapport toont geen structurele tekortkomingen in het Roemeense opvangsysteem die een uitzondering rechtvaardigen.
De persoonlijke verklaringen van eisers geven geen aanleiding om het vertrouwensbeginsel te doorbreken; zij verbleven slechts kort in Roemenië, hebben geen opvanglocaties bezocht en hebben geen klachten bij Roemeense autoriteiten ingediend. De rechtbank acht de omstandigheden niet zodanig bijzonder dat toepassing van artikel 17 vanPro de Dublinverordening, dat een uitzondering op overdracht mogelijk maakt, geboden is.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-behandeling van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard omdat Roemenië verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.5863 en NL21.6153
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser], eiser, en [eiseres], eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. F.F.M. van de Kamp).
Procesverloop
Bij besluiten van 15 april 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaken NL21.5864 en NL21.6159, plaatsgevonden op 4 mei 2021. De gemachtigde van eisers heeft laten weten dat eisers en hij niet bij de zitting aanwezig zullen zijn. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen. De reden daarvoor is dat volgens verweerder op grond van de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen. De Roemeense autoriteiten hebben ingestemd met deze verantwoordelijkheid.
2. Eisers voeren aan dat de Roemenië zich niet aan alle Europese Richtlijnen houdt, zoals de Opvangrichtlijn. Zij hebben in Roemenië namelijk geen eten en drinken ontvangen,
omdat ze daarvoor moesten betalen en het geld niet hadden. Ze wijzen ter onderbouwing op het AIDA-rapport update 2019, waaruit blijkt dat de faciliteiten die in opvangcentra in Roemenië worden aangeboden vaak niet voldoen aan de basisbehoeften en dat er vaak gebrek is aan privacy. Zeker in tijden van een oplopende corona-infectiegraad vormt dat een risico voor personen die in het kader van een Dublinoverdracht moeten terugkeren naar Roemenië. Verder is eiseres zwanger en blijkt uit het rapport dat er in het asielzoekerscentrum in Roemenië geen babybed aanwezig was en een gezin dat zelf moest aanschaffen. Verder voelen eisers zich niet veilig in Roemenië, omdat de Roemeense autoriteiten er niet voor terugdeinzen om geweld te gebruiken in bijzijn van de kinderen van eisers en ook eisers tand hebben gebroken. Eisers voeren aan dat zij niet kunnen klagen over hun behandeling in Roemenië, omdat ze niet weten waar en hoe ze moeten klagen. Verder respecteren de Roemeense autoriteiten niet het recht op een eerlijk proces, zoals verankerd in artikel 6 vanPro het Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eisers hebben in Roemenië geen recht op gratis rechtsbijstand, waardoor zij hun klachten niet aan een advocaat kunnen voorleggen. Ze werden hard en slecht behandeld en kregen geen uitleg over hun asielprocedure. Ondanks dat lidstaten kunnen bepalen dat kosteloze rechtsbijstand niet wordt aangeboden wanneer een beroep geen reële kans van slagen heeft, valt in dit geval niet op voorhand uit te sluiten dat het beroep van eisers in Roemenië een reële kans van slagen heeft. Indien eisers voor de beoordeling van de vraag of zij recht hebben op gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging afhankelijk zijn van de Roemeense autoriteiten, die hun opponent zijn in een juridische procedure, dan is het recht op gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging in een juridische procedure illusoir. Indien eisers worden teruggenomen door de Roemeense autoriteiten, dreigt indirect réfoulement, omdat eisers daarna zullen worden teruggestuurd naar Syrië.
3. De rechtbank overweegt dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Roemenië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft dit recentelijk bevestigd in haar uitspraak van 29 juli 20201. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat dit in hun geval anders is. Eisers zijn hier niet in geslaagd.
4. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het AIDA-rapport niet van structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem. De rechtbank stelt vast dat het AIDA- rapport melding maakt van verschillende opvangvoorzieningen, waarvan de hygiënische omstandigheden variëren van relatief goed (zoals Galaţi en Şomcuta Mare, p. 97) tot opvangvoorzieningen waar het met de hygiënische omstandigheden minder goed is gesteld (zoals Timișoara, p. 98). Het AIDA-rapport vermeldt dat de hygiënische omstandigheden in de opvangvoorzieningen gedurende het jaar 2018 over het algemeen een vooruitgang hebben laten zien (p. 97). Verder vermeldt het AIDA-rapport dat asielzoekers recht hebben op diverse verstrekkingen, waaronder een dagelijkse toelage voor voeding en dagelijks zakgeld (p. 88) en dat asielzoekers voor zichzelf mogen koken in de keukens die in elke opvang aanwezig zijn (p. 97). Verder volgt uit dit rapport ook dat er bij een eerste asielaanvraag in Roemenië geen belemmeringen of voorwaarden zijn voor toegang tot rechtsbijstand. Zoals immers in 1.5.1. van het AIDA-rapport staat vermeld: “ There are no restrictions or conditions for accessing legal counselling at first instance. In the administrative phase of the procedure, free legal counselling and assistance is provided by
NGOs through projects funded by the national Asylum, Migration and Integration Fund
(AMIF) scheme and UNHCR Romania (…)” (p. 44).
5. Verder geven de persoonlijke verklaringen van eisers ook geen aanleiding voor het oordeel dat ten opzichte van Roemenië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit mag worden gegaan. Eisers hebben zelf verklaard dat zij één maand in Roemenië hebben verbleven en dat zij gedurende deze maand meerdere pogingen hebben gedaan om het land te verlaten. Uit hun verklaringen blijkt dan ook niet dat zij hebben geprobeerd hun asielrelaas te vertellen of rechtsbijstand te verkrijgen. Verder is het claimakkoord gebaseerd op artikel 18, lid 1 onder c, van de Dublinverordening, omdat eisers Roemenië hebben verlaten voordat zij een beslissing op hun asielverzoek hebben gehad. Er is daarom geen sprake van een afwijzing van hun asielaanvragen. Alleen al hierom blijkt niet dat sprake zou zijn van (in)direct réfoulement. Ook blijkt uit de verklaringen van eisers niet dat ze hebben geprobeerd om opvang te verkrijgen of dat zij in opvang hebben verbleven. Zij hebben zelf dan ook geen ervaring met deze locaties en de omstandigheden daar. Dat zij verder slecht zijn behandeld en geen eten en drinken hebben gekregen, hebben eisers niet onderbouwd. Uit de stukken blijkt ook niet dat zij in de opvanglocatie geen babybed zouden krijgen als ze daarom verzoeken. Verder hebben eisers ook niet onderbouwd dat eiser is geslagen en dat zijn tand is gebroken door de Roemeense autoriteiten. Uit hun verklaringen blijkt dat ze alles in werking hebben gesteld om het land zo snel mogelijk te verlaten en er is dan ook onvoldoende reden om aan te nemen dat ze geen bescherming zouden kunnen krijgen indien ze daarom verzoeken. Daarbij is het aan eisers om bij de Roemeense autoriteiten te klagen indien zij menen dat de autoriteiten zich niet aan de richtlijnen houden. Eisers hebben niet aangegeven dat ze dit geprobeerd hebben. Dat zij niet kunnen klagen omdat ze niet weten hoe, maakt niet dat klagen voor hun onmogelijk of zinloos is.
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de omstandigheden van eisers geen aanleiding heeft hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening door de asielaanvragen in behandeling te nemen. De omstandigheden die eisers hebben aangevoerd zijn niet zo bijzonder en individueel dat verweerder een uitzondering had moeten maken. De rechtbank volgt verweerder dan ook dat deze omstandigheden niet zodanig zijn dat overdracht van een onevenredige hardheid zou getuigen.
7. De beroepen zijn ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
06 mei 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.