ECLI:NL:RBDHA:2021:15739
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing naar Italië
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens het Dublinverdrag.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een soortgelijke zaak (NL21.5860).
Na beoordeling heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is omdat de hoofdzaak reeds is behandeld. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 6 mei 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.