ECLI:NL:RBDHA:2021:15752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Italië als verantwoordelijke lidstaat
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder heeft een overnameverzoek naar Italië gestuurd, waarop niet tijdig is gereageerd, waardoor het fictieve claimakkoord is vastgesteld.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege obstakels in Italië, waaronder ontoereikende medische zorg en onvoldoende erkenning van kwetsbare asielzoekers. Hij verwijst naar het OSAR-rapport en het arrest Tarakhel, alsmede naar zijn medische situatie met een fixatieplaatje in zijn been.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure die zijn situatie betreffen. Het OSAR-rapport is verouderd en recente jurisprudentie bevestigt dat kwetsbare vreemdelingen adequaat worden opgevangen. De enkele medische situatie van eiser is onvoldoende om bijzondere kwetsbaarheid aan te nemen. Er is geen reden om artikel 17 van Pro de Dublinverordening toe te passen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.