Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 3 mei 2021 waarbij de maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat het zicht op overdracht aan een andere lidstaat onvoldoende was gemotiveerd en dat daardoor de maatregel onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser in het dossier als Dublinclaimant werd aangemerkt en dat uit Eurodac-gegevens bleek dat hij eerder asielaanvragen had ingediend in drie andere lidstaten, waaronder Duitsland. Dit vormde een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening. Daarnaast was er informatie dat voor Duitsland geen vertrekmoratorium gold en dat terugkeer mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het zicht op overdracht voldoende had gemotiveerd in de maatregel van bewaring. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.