ECLI:NL:RBDHA:2021:15782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag broers en zussen op grond van artikel 20 VWEU en artikel 8 EVRM
Eisers, broers en zussen van een minderjarige Nederlandse EU-burger, hebben een faciliterend visum aangevraagd op basis van het arrest Chavez-Vilchez en artikel 20 van Pro het VWEU om bij hun zus te verblijven. De Staatssecretaris wees dit af, en het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigt dat het arrest Chavez-Vilchez alleen ziet op verzorgende ouders van minderjarige EU-burgers, en niet op broers en zussen.
Eisers stelden dat verweerder ambtshalve had moeten toetsen of zij op grond van artikel 8 EVRM Pro aanspraak konden maken op verblijf, maar de rechtbank oordeelt dat hiervoor een aparte aanvraag vereist is. De rechtbank vindt het bestreden besluit voldoende gemotiveerd, ook na intrekking van eerdere besluiten, en concludeert dat verweerder niet verplicht was ambtshalve te toetsen op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Eisers krijgen geen verblijfsrecht bij hun zus op basis van het VWEU of het EVRM. Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar vrijstelling van griffierecht wordt toegekend vanwege de omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en hun verblijfsaanvraag wordt afgewezen.