ECLI:NL:RBDHA:2021:15810
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak
Verzoekster, van Filipijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel familie en gezin. Dit verzoek werd op 11 december 2020 afgewezen door verweerder. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de werking van het bestreden besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar en dat verweerder niet bevoegd is de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten. Verweerder stelde zich niet langer op het standpunt dat hij zich tegen de voorlopige voorziening zou verzetten.
Gezien het niet langer in geschil zijn van het belang van verzoekster om niet uitgezet te worden, besloot de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor wordt uitzetting tot op het moment van beslissing op bezwaar verboden.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter verweerder tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht en de proceskosten voor de rechtsbijstand, vastgesteld op respectievelijk €181 en €534. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoekster tot op het moment dat het bezwaar is beslist en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.