ECLI:NL:RBDHA:2021:15814
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs duurzame relatie
Eiser diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf met het doel verblijf als familie- of gezinslid bij zijn partner. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie. Eiser stelde zich op het standpunt dat de overgelegde bewijsstukken wel voldoende waren.
De rechtbank oordeelde dat de partnervragenlijst onvoldoende gedetailleerd was ingevuld en dat aanvullende verzoeken om bewijs niet beantwoord waren. Foto's die waren overgelegd toonden voornamelijk eiser met familieleden en slechts enkele met de partner, zonder nadere toelichting. WhatsApp-berichten waren oppervlakkig en gaven geen blijk van een duurzame relatie of toekomstplannen.
De rechtbank vond dat het risico van het ontbreken van meer bewijsstukken voor rekening van eiser komt, ook gelet op de mogelijkheid om vóór de coronareisbeperkingen in februari 2020 meer bewijs te verzamelen. Het bezwaar werd als kennelijk ongegrond beschouwd, zodat het beroep ongegrond werd verklaard en het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.