Eiseres, een gemeenschapsonderdaan, voerde beroep aan tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar verblijfsrecht werd ontzegd op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Na een tussenuitspraak waarin de rechtbank gebreken in het bestreden besluit constateerde, trok verweerder het besluit in en nam een nieuw besluit waarin het bezwaar van eiseres werd gegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt echter dat het nieuwe besluit onvoldoende gemotiveerd is en niet voldoet aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Verweerder heeft nagelaten een volledige belangenafweging te maken, waarbij onder meer de belangen van eiseres en haar kinderen, het rechtmatig verblijf in het verleden en mogelijke schending van familie- of gezinsleven onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit II en gelast verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarin een correcte belangenafweging wordt gemaakt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres.