ECLI:NL:RBDHA:2021:15837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft een derde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Luxemburg verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat het besluit onzorgvuldig was en dat zijn medische situatie onvoldoende was meegewogen, verwijzend naar het arrest C.K. van het Hof van Justitie van de EU.
De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht vertrouwen op de instemming van Luxemburg en dat eiser onvoldoende objectieve gegevens had overgelegd die een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheidstoestand bij overdracht aantonen. Het advies van het Bureau Medische Advisering ondersteunde dit oordeel.
Verder wees de rechtbank het beroep op indirect refoulement af, omdat Luxemburg internationale verplichtingen zal naleven en het arrest Ilias en Ahmed niet van toepassing is op overdracht binnen de EU. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Luxemburg wordt ongegrond verklaard.