ECLI:NL:RBDHA:2021:15840
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen wegens verantwoordelijkheid van Italië volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De zitting vond plaats op 18 mei 2021, waarbij partijen werden vertegenwoordigd en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat in een gerelateerde zaak (NL21.6495) op dezelfde dag uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door mr. P.J.M. Mol en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.