ECLI:NL:RBDHA:2021:15843

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2021
Publicatiedatum
28 februari 2022
Zaaknummer
AWB 20/8944
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.12 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan

Verzoekster, een Zweedse gemeenschapsonderdaan, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd vastgesteld dat zij geen rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna verzoekster beroep instelde bij de rechtbank.

Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het beroep in de hoofdzaak ongegrond verklaard en geoordeeld dat er geen grond is voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/8944

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juni 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1977, van Zweedse nationaliteit,verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.C. Boelens),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Post).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Bij besluit van 13 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep, geregistreerd onder het zaaknummer AWB 20/8943, ongegrond verklaard. Gegeven de beslissing in de hoofdzaak is er geen grond voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van L.S. Lodder, griffier. De beslissing is uitgesproken op 3 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.