ECLI:NL:RBDHA:2021:15855
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkheid beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 24 februari 2021. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 22 april 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verzoeker op 3 maart 2021 met onbekende bestemming de opvang heeft verlaten en geen contact meer had met zijn gemachtigde.
Hierdoor werd in de bodemprocedure vastgesteld dat verzoeker geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 22 april 2021 mondeling uitgesproken en op 4 mei 2021 bekendgemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.