ECLI:NL:RBDHA:2021:15860

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2021
Publicatiedatum
28 februari 2022
Zaaknummer
AWB 21/1124
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na gegrondverklaring bezwaar terugkeervisum

Verzoeker maakte bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een terugkeervisum en vroeg om een voorlopige voorziening. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar op 19 mei 2021 gegrond, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening werd ingetrokken. Vervolgens verzocht verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceskosten kunnen worden toegewezen. De staatssecretaris stemde schriftelijk in met betaling van de proceskosten.

De proceskosten worden vastgesteld op €534, gebaseerd op één punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van €534 en een wegingsfactor van 1. Er is geen griffierecht geheven vanwege een verzoek om vrijstelling.

De voorzieningenrechter veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €534 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/1124

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juni 2021 in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer [V-nummer] , verzoeker,(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 27 mei 2021 schriftelijk gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoeker is op 17 februari 2021 in bezwaar gegaan tegen het besluit waarbij verweerder de aanvraag voor een terugkeervisum heeft afgewezen en heeft de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 19 mei 2021 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. In de reactie van 27 mei 2021 staat dat verweerder bereid is om de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).
5. Vanwege een verzoek om vrijstelling griffierecht is geen griffierecht geheven.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 534,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier. De beslissing is uitgesproken op 16 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of verzet.