ECLI:NL:RBDHA:2021:15860
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na gegrondverklaring bezwaar terugkeervisum
Verzoeker maakte bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een terugkeervisum en vroeg om een voorlopige voorziening. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar op 19 mei 2021 gegrond, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening werd ingetrokken. Vervolgens verzocht verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceskosten kunnen worden toegewezen. De staatssecretaris stemde schriftelijk in met betaling van de proceskosten.
De proceskosten worden vastgesteld op €534, gebaseerd op één punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van €534 en een wegingsfactor van 1. Er is geen griffierecht geheven vanwege een verzoek om vrijstelling.
De voorzieningenrechter veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €534 aan proceskosten aan verzoeker.