Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker met de Sierra Leoonse nationaliteit, werd op 26 mei 2021 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de gronden voor de bewaring en stelde dat er onvoldoende bewijs was voor het risico op onderduiken en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de bewaring, waaronder het vertrek uit een AZC voorafgaand aan een geplande overdracht naar Duitsland en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, feitelijk juist en voldoende waren. Ook het ontbreken van een mob-melding deed hieraan niet af. De rechtbank verwierp het verweer dat een lichter middel, zoals een meldplicht of vrijwillig vertrek, passend was, mede vanwege het eerdere onttrekken aan toezicht en de weigering van eiser om terug te keren naar Duitsland.
Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.