ECLI:NL:RBDHA:2021:15882
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing asielvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag voor een asielvergunning voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 18 februari 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Op 14 april 2021 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de gemachtigde van verweerder aanwezig waren. De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank bij uitspraak in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL21.2774) reeds op het beroep had beslist, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan in het openbaar en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.