ECLI:NL:RBDHA:2021:15884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar
Eiser, met de Albanese nationaliteit, kreeg op 15 januari 2021 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk omdat hiervoor geen gronden waren aangevoerd.
Ten aanzien van het inreisverbod voerde eiser aan dat hij een neef in Duitsland heeft en dat het inreisverbod hem belemmert deze te bezoeken, met een beroep op artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat deze belangenafweging terecht in het nadeel van eiser uitviel, mede omdat eiser onvoldoende onderbouwing gaf over de omstandigheden van zijn neef en de financiële mogelijkheden om elkaar elders te ontmoeten.
Verder overwoog de rechtbank dat het inreisverbod conform het beleid maximaal twee jaar mag duren, tenzij bijzondere individuele omstandigheden zijn aangevoerd en onderbouwd. Eiser gaf aan geen bijzondere omstandigheden te hebben, waardoor geen motiveringsplicht bestond voor de maximale duur. Het beroep tegen het inreisverbod werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Schuman en griffier A. Vranken op 16 juni 2021. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inreisverbod van twee jaar ongegrond.