ECLI:NL:RBDHA:2021:15898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep terugkeerbesluit en ongegrondheid beroep inreisverbod
De eiser, van Albanese nationaliteit, kreeg op 8 november 2020 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk was omdat eiser op 23 november 2020 naar Albanië was teruggekeerd en daardoor geen procesbelang meer had.
Ten aanzien van het inreisverbod stelde de rechtbank vast dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat er een risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, waardoor het opleggen van het inreisverbod terecht was. Tijdens het gehoor kon eiser zijn zienswijze geven, maar hij voerde geen bijzondere omstandigheden aan die het inreisverbod konden weerleggen.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat verweerder had moeten onderzoeken of hij contact had met zijn schoonzus en neefjes. Ook stelde de rechtbank dat het inreisverbod het contact via andere middelen niet belemmert. Het beroep tegen het inreisverbod werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.