ECLI:NL:RBDHA:2021:15913
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluit van 28 mei 2021. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak op 18 juni 2021, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De Staatssecretaris was eveneens vertegenwoordigd.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.8288) werd het beroep inhoudelijk behandeld, waardoor de voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en griffier M.A. Beijl, en is bindend zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.