ECLI:NL:RBDHA:2021:15921
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij familielid wegens ontbreken vrijstelling mvv-vereiste
Eiser, afkomstig uit Nepal, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn familielid en kind met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Verweerder stelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het arrest Chavez-Vilchez en dat uitzetting niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank bevestigde dat hoewel familieleven en zorg voor het kind aannemelijk waren, onvoldoende is gebleken dat het kind zodanig afhankelijk is dat het de EU zou moeten verlaten bij afwijzing van het verblijf.
De belangenafweging viel in het nadeel van eiser uit, mede vanwege zijn illegale verblijf en eerdere terugkeerbesluiten. Ook de situatie rondom het coronavirus bood geen grond voor vrijstelling. De hoorplicht werd niet geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.