Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep van eiser tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak had bepaald dat binnen twee weken een besluit moest worden genomen.
De rechtbank constateert dat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en stelt vast dat eiser reeds meerdere keren is gehoord en een voornemen tot afwijzing is uitgebracht. Verweerder verzoekt om een langere termijn van zeven weken om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen.
De rechtbank weegt het belang van een duidelijke beslistermijn voor eiser af tegen het belang van zorgvuldigheid bij verweerder en legt een termijn van zes weken op. Tevens wordt een dwangsom van €200 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van €267 aan proceskosten aan eiser wegens het inschakelen van juridische hulp. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in asielzaken en stelt een sterkere prikkel in de vorm van een hogere dwangsom in het licht van eerdere nalatigheden.