Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 2 november 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder zitting.
Eiser stelt dat hij wil terugkeren naar Marokko maar door COVID-19 niet in staat is een reisdocument te verkrijgen omdat een persoonlijke presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten noodzakelijk is. Hij beroept zich op het doelmatigheidsbeginsel en verzoekt om opheffing van de bewaring zodat hij zelf naar het consulaat kan gaan.
Verweerder betoogt dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn terugkeer te bespoedigen en dat er nog redelijkerwijs uitzicht is op uitzetting. De rechtbank stelt vast dat het onderzoek bij de Marokkaanse autoriteiten loopt en dat verweerder regelmatig rappelleert. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat het doelmatigheidsbeginsel niet tot opheffing leidt omdat eiser eerder geen acties heeft ondernomen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.