ECLI:NL:RBDHA:2021:16021
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.M.M. Kettenis - de Bruin
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen afwijzing herhaalde aanvraag ZW-uitkering
Eiser heeft zich in 2015 ziek gemeld en ontving een ZW-uitkering die in 2016 werd beëindigd omdat hij volgens het UWV meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Eiser verzocht in 2019 om herziening van dit besluit, onderbouwd met medische stukken. Het UWV heeft deze stukken beoordeeld en geconcludeerd dat er geen aanleiding was om het oorspronkelijke besluit te herzien.
De rechtbank stelt vast dat het besluit van 2016 onherroepelijk is en dat het UWV bevoegd is om een herhaalde aanvraag of verzoek tot terugkomen van een besluit inhoudelijk te beoordelen. De medische rapporten van de artsen van het UWV zijn zorgvuldig en inhoudelijk gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met alle relevante klachten en medische informatie.
Eiser betoogde dat zijn klachten niet juist waren meegewogen en dat het besluit onzorgvuldig was, maar de rechtbank oordeelt dat de medische informatie reeds bekend was en adequaat is beoordeeld. De verzekeringsarts b&b heeft bovendien duidelijk gemotiveerd waarom geen aanvullende beperkingen nodig zijn.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van het UWV om niet terug te komen op de beëindiging van de ZW-uitkering terecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om niet terug te komen op de beëindiging van de ZW-uitkering is ongegrond verklaard.