ECLI:NL:RBDHA:2021:16023
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging LEMA
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 8 januari 2016 waarbij hem een Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) is opgelegd. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit te schorsen.
De zitting vond plaats via Skype op 14 januari 2021, waarbij zowel verzoeker als de gemachtigde van verweerder aanwezig waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed, omdat verzoeker geen problemen ondervindt bij het betalen van de kosten van de LEMA en de cursus vanwege coronamaatregelen voorlopig niet doorgaat.
Daarnaast is de verwachting dat het bezwaar binnen twee weken na het doorgeven van de verhinderdata zal worden behandeld, zodat verzoeker het bezwaar kan afwachten zonder dat hem onherstelbare schade wordt toegebracht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de oplegging van de LEMA is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.