ECLI:NL:RBDHA:2021:16026

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2021
Publicatiedatum
1 april 2022
Zaaknummer
AWB 20/3739 VK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak beëindiging verblijfsrecht EU-burger

Verzoeker, van Surinaamse nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn verblijfsrecht als EU-burger te beëindigen en een inreisverbod van tien jaar op te leggen. Nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard, stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.

Het verzoek om een voorlopige voorziening werd ingediend om de gevolgen van het bestreden besluit te schorsen gedurende de beroepsprocedure. Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde, evenals een trajectbegeleider. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter oordeelde dat nu het beroep inhoudelijk door de rechtbank was behandeld en een uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/3739

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juli 2021 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het verblijfsrecht van verzoeker als EU-burger beëindigd en is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaren.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 29 september
2020 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om
voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer UTR 20/7341.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 maart 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Tevens was [A] , trajectbegeleider van eiser bij Exodus, op de zitting aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker is van Surinaamse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1977.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer UTR 20/7341, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.