Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken op 29 juni 2021 behandeld.
Gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaken NL21.8572 en NL21.8574) waarbij de rechtbank heeft beslist dat Italië verantwoordelijk is, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de verzoeken af.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de verweerder tot betaling van de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 1.496,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier M.A.W.M. Engels op 2 juli 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.