ECLI:NL:RBDHA:2021:16033

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2021
Publicatiedatum
4 april 2022
Zaaknummer
AWB 21/138
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel vertrek vreemdeling

Verzoekster, een Marokkaanse vreemdeling, had een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen bij een besluit van 14 december 2020. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard bij een besluit van 12 maart 2021.

Tegen het bestreden besluit werd beroep ingesteld bij de rechtbank, waarbij verzoekster tevens een voorlopige voorziening aanvroeg. De zitting vond plaats op 21 juni 2021, waarbij verzoekster werd bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld was door haar dochter en kleindochter. De gemachtigde van de verweerder was eveneens aanwezig.

De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak met zaaknummer NL21.5417 reeds is behandeld en dat daardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Op grond hiervan werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 15 juli 2021 in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/138

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 juli 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Bij besluit van 14 december 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster van 28 oktober 2020 tot het verlenen van uitstel voor vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 12 maart 2021 (het bestreden besluit) het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan tijdens het beroep bij de rechtbank.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de beroepszaak met zaaknummer NL21.5147, plaatsgevonden op 21 juni 2021. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor verzoekster zijn verder haar dochter [A] en kleindochter [B] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1945.
2. Bij uitspraak van vandaag, met zaaknummer NL21.5417, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Zwijnenberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2021.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.