ECLI:NL:RBDHA:2021:16033
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel vertrek vreemdeling
Verzoekster, een Marokkaanse vreemdeling, had een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen bij een besluit van 14 december 2020. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard bij een besluit van 12 maart 2021.
Tegen het bestreden besluit werd beroep ingesteld bij de rechtbank, waarbij verzoekster tevens een voorlopige voorziening aanvroeg. De zitting vond plaats op 21 juni 2021, waarbij verzoekster werd bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld was door haar dochter en kleindochter. De gemachtigde van de verweerder was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak met zaaknummer NL21.5417 reeds is behandeld en dat daardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Op grond hiervan werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 15 juli 2021 in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.