ECLI:NL:RBDHA:2021:16036

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2021
Publicatiedatum
4 april 2022
Zaaknummer
NL21.2710
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige ingebrekestelling na Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Volgens eiser is de beslistermijn overschreden en heeft hij een ingebrekestelling ingediend op 1 oktober 2020.

Verweerder stelt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die op 11 juli 2020 in werking trad, de mogelijkheid tot beroep bij niet tijdig beslissen heeft opgeschort. Omdat de ingebrekestelling pas na deze datum is ingediend, is deze niet geldig en moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank overweegt dat de wet een uitzondering maakt voor ingebrekestellingen die vóór 11 juli 2020 zijn ingediend, maar dit is hier niet het geval. Daarom is het beroep niet ontvankelijk en wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige ingebrekestelling na inwerkingtreding van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.2710
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Langenberg), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Hogervorst).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een
‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.
3. Verweerder betoogt in zijn verweerschrift van 9 maart 2020 dat op 11 juli 2020 de Tijdelijke wet opschorting Dwangsommen IND (Tijdelijke wet) in werking is getreden. Op 21 januari 2020 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn zou dan eindigen op 21 augustus 2020. De Afdeling heeft echter in haar uitspraak overwogen dat er overmacht voor de termijn kan worden aangenomen tussen 16 maart 2020 en 16 mei 2020. Dat betekent dat de termijn met twee maanden wordt opgeschort. Daarnaast is beslistermijn ook verlengd op basis van het besluit, WBV 2020/12, van 19 mei 2020. Dit betekent dat de beslistermijn is opschort tot 21 april 2021. Gelet op de toepassing van de Tijdelijke wet is de ingediende ingebrekestelling van 1 oktober 2020 niet geldig. Volgens verweerder moet daarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard worden.
4. Sinds de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet op 11 juli 2020 kan een betrokkene niet meer in beroep gaan als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op zijn asielaanvraag. Dit geldt echter niet als de beslistermijn vóór 11 juli 2020 is verstreken en betrokkene verweerder ook vóór die datum verweerder in gebreke heeft gesteld.
5. Eiser heeft de ingebrekestelling op 1 oktober 2020 ingediend. Dat is na
11 juli 2020, daarom kon hij geen beroep (meer) instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
6. Dit betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
7. Voor een proceskosten vergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
08 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.