Eiseres, met de Nicaraguaanse nationaliteit, heeft jarenlang in Costa Rica gewoond en is getrouwd met een Nederlander met wie zij een dochter heeft die ook de Nederlandse nationaliteit bezit. Na het vertrek van haar gezin naar Nederland, kreeg zij een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar gezin. Verweerder wees haar asielaanvraag af omdat Costa Rica als veilig derde land werd beschouwd en het redelijk zou zijn dat zij daar asiel aanvraagt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende individuele omstandigheden heeft meegewogen, zoals het feit dat eiseres al een verblijfsvergunning heeft voor verblijf bij haar gezin in Nederland, dat haar dochter in Nederland studeert en de Nederlandse nationaliteit heeft, en dat eiseres minder vaak in Costa Rica verbleef dan verweerder stelde. Verweerder gaf ook een onjuiste weergave van haar reisbewegingen en negeerde het doel van haar reizen.
Verder concludeert de rechtbank dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen toegang tot Costa Rica zal krijgen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij passend gewicht moet worden toegekend aan de gezinsbanden en overige individuele omstandigheden. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.