ECLI:NL:RBDHA:2021:16043
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling
Verzoekster, een vreemdeling van onbekende nationaliteit, had een aanvraag tot verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'verblijf als familie- of gezinslid' ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tegen dit primaire besluit werd bezwaar gemaakt en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter overwoog dat de werking van het bestreden besluit niet automatisch wordt geschorst bij bezwaar en dat de staatssecretaris niet bevoegd is om de rechtsgevolgen van het besluit zelf op te schorten. Omdat de staatssecretaris zich niet verzet tegen het verzoek om voorlopige voorziening en er geen geschil meer bestaat over het feit dat uitzetting moet worden voorkomen, werd het verzoek toegewezen.
De uitzetting van verzoekster is daarom verboden tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoekster en moet het betaalde griffierecht worden vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.