ECLI:NL:RBDHA:2021:16049
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na behandeling beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 3 juni 2021 buiten behandeling is gesteld. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
Op 28 juni 2021 heeft de voorzieningenrechter de zaken NL21.8990 en NL21.8991 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Na de zitting is onmiddellijk uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.