ECLI:NL:RBDHA:2021:16081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor familieleven op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit dragende man die 18 jaar in Nederland verblijft zonder rechtmatig verblijf, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven met zijn minderjarige dochter, geboren in Nederland en houder van een verblijfsvergunning. De aanvraag werd door de Staatssecretaris afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) en onvoldoende bewijs van hechte persoonlijke banden tussen eiser en zijn dochter.
De rechtbank overwoog dat samenwonen vereist is om hechte persoonlijke banden aan te tonen, maar dat bij afwezigheid daarvan andere factoren zoals intensiteit en wijze van contact kunnen meewegen. De overgelegde verklaringen en foto’s toonden echter onvoldoende aan dat er sprake is van intensief contact of hechte persoonlijke banden. Daarnaast was het vrijwilligerswerk van eiser onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging door de Staatssecretaris zorgvuldig was gemaakt en dat het mvv-vereiste niet onredelijk hard was, ook niet gezien de coronapandemie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg vrijstelling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op grond van familieleven wordt ongegrond verklaard.