ECLI:NL:RBDHA:2021:16087

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2021
Publicatiedatum
8 april 2022
Zaaknummer
NL20..20934 & NL20.20935
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens vertraagde besluitvorming

Verzoekers zijn in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoekers in beroep waren gegaan, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen, waarna verzoekers hun beroep hebben ingetrokken. De rechtbank beoordeelt dat verzoekers recht hebben op een vergoeding van hun proceskosten vanwege de overschrijding van de beslistermijn.

De rechtbank past artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe. Omdat verzoekers een professionele juridische hulpverlener hebben ingeschakeld, wordt een vast bedrag toegekend. Gezien de samenhang van de zaken en het feit dat het alleen gaat om overschrijding van de beslistermijn, wordt de vergoeding met een wegingsfactor van 0,5 verminderd.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €267 aan verzoekers. Er zijn geen aanvullende kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier M. Bos op 29 april 2021.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €267 aan proceskosten aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL20.20934 en NL20.20935
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoekster], V-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster en
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer 2] , verzoeker, hierna gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. G. van Reemst), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: F. el Benaissati).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten.
Verweerder heeft op 26 april 2021 laten weten dat hij bereid is de proceskosten van
verzoekers te vergoeden tot een bedrag van € 267,-.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verzoekers zijn op 7 december 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op hun aanvragen. Op 7 april 2021 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op hun aanvragen. Verzoekers hebben daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken. Verzoekers hebben daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Omdat verweerder pas nadat verzoekers in beroep zijn gegaan een beslissing heeft genomen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bbp) is dit een vast bedrag omdat verzoekers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hun een beroepschrift in te dienen. Omdat de rechtbank de zaken als samenhangende zaken ziet, wordt een bedrag toegekend zoals deze in één zaak zou worden gegeven. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt bovendien een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 267,-.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: …. En zal openbaar worden gemaakt
door publicatie op rechtspraak.nl
29 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.