ECLI:NL:RBDHA:2021:16087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens vertraagde besluitvorming
Verzoekers zijn in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoekers in beroep waren gegaan, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen, waarna verzoekers hun beroep hebben ingetrokken. De rechtbank beoordeelt dat verzoekers recht hebben op een vergoeding van hun proceskosten vanwege de overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank past artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe. Omdat verzoekers een professionele juridische hulpverlener hebben ingeschakeld, wordt een vast bedrag toegekend. Gezien de samenhang van de zaken en het feit dat het alleen gaat om overschrijding van de beslistermijn, wordt de vergoeding met een wegingsfactor van 0,5 verminderd.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €267 aan verzoekers. Er zijn geen aanvullende kosten vastgesteld die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier M. Bos op 29 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €267 aan proceskosten aan verzoekers.