Eiseres, een Iraanse vrouw geboren in 2002, vroeg asiel aan op grond van haar goddeloze levenswijze, waarbij zij stelt zonder geloof te zijn opgevoed en zelf atheïstisch te zijn. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees haar aanvraag af, stellende dat zij geen problemen had gehad met de autoriteiten in Iran en dat haar vrees niet aannemelijk was.
De rechtbank stelt vast dat het beroep van de moeder van eiseres, die eveneens asiel zocht vanwege haar atheïsme, gegrond is verklaard. Dit ondermijnt het standpunt van verweerder dat de vrees van eiseres niet geloofwaardig zou zijn. Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat eiseres haar levenswijze niet actief uitdrong uit angst voor repressie, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres ter hoogte van €1.496,-.