ECLI:NL:RBDHA:2021:16099
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogt dat Spanje haar internationale verplichtingen structureel schendt, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt en de asielaanvraag aan Nederland moet worden voorgelegd. Hij verwijst naar een nieuwsbericht over Marokkaanse asielzoekers die zonder behandeling zijn teruggestuurd bij Ceuta en zijn eigen ervaringen met het Spaanse systeem.
De rechtbank overweegt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van structurele gebreken in het Spaanse asiel- en opvangsysteem. Het nieuwsbericht en de persoonlijke ervaringen van eiser zijn onvoldoende om het vertrouwen in Spanje te doorbreken.
Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer geen toegang tot opvang of voorzieningen zal krijgen. Spanje heeft het claimverzoek geaccepteerd en eiser heeft geen asielaanvraag in Spanje ingediend. Klagen bij Spaanse autoriteiten wordt niet uitgesloten.
De rechtbank concludeert dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.