ECLI:NL:RBDHA:2021:1611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit en terugkeerbesluit
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met de Eritrese nationaliteit, maar de rechtbank achtte zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig. Verweerder baseerde dit op het feit dat eiser Europa binnenkwam met een Soedanees paspoort, waarvan hij verklaarde dat het vals was en dat hij het moest afgeven in Frankrijk. De verklaringen van eiser waren tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd.
Eiser heeft geen originele documenten kunnen overleggen ter ondersteuning van zijn identiteit en nationaliteit, en de kopieën van identiteitskaarten van familieleden boden geen bewijs van zijn identiteit of nationaliteit. Ook zijn verklaringen over zijn herkomst waren summier en voldeden niet aan het taalprofiel van Eritreeërs. Verweerder heeft daarom de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet.
Eiser voerde aan dat hij niet alles kon meenemen tijdens zijn vlucht en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden. Ook stelde hij dat hij in de grensstreek tussen Eritrea en Soedan woonde waar Arabisch wordt gesproken. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende en oordeelde dat verweerder terecht van de gegevens op het Soedanese paspoort is uitgegaan.
Het terugkeerbesluit is eveneens terecht, omdat de Eritrese nationaliteit niet aannemelijk is gemaakt en de situatie bij terugkeer naar Eritrea niet relevant is. Het beroep is ongegrond verklaard en de rechtbank heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.