ECLI:NL:RBDHA:2021:16124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-in- behandelingname asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op zitting behandeld.
Eiser stelde dat Duitsland niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet, met name op het gebied van medische zorg en het verbod op indirect refoulement, omdat hij vreest te worden teruggestuurd naar Nigeria. Hij voerde aan dat hij een kwetsbare persoon is en dat verweerder ten onrechte geen individuele garanties heeft gevraagd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat Duitsland tekortschiet. Medische dossiers tonen geen bijzondere ernst of onomkeerbare gevolgen. Ook is niet aannemelijk dat Duitsland het verbod op refoulement schendt. Het Duitse systeem voor rechtsbijstand is in overeenstemming met de Procedurerichtlijn.
De rechtbank concludeert dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.