ECLI:NL:RBDHA:2021:16133
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds gewezen uitspraak
Verzoeker, van Syrische nationaliteit en geboren in 2007, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 7 juni 2021. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 24 juni 2021. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en een vertegenwoordiger van Nidos aanwezig. De Staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan in het beroep (zaaknummer NL21.8846), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 15 juli 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.