ECLI:NL:RBDHA:2021:16144
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken familieleven volgens artikel 8 EVRM
Eiser, een Turkse staatsburger woonachtig in Turkije, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging bij zijn vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De aanvraag werd afgewezen omdat de vader afstand had gedaan van zijn Turkse nationaliteit, waardoor het Besluit 1/80 niet van toepassing was, en er geen sprake was van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
Eiser voerde aan dat zijn vader als werknemer of zelfstandige rechten had opgebouwd op grond van het Associatieverdrag en dat hij wel degelijk aanspraak kon maken op het Besluit 1/80. Tevens stelde hij dat er sprake was van familieleven omdat hij en zijn vader regelmatig contact hadden en financiële ondersteuning plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechten kon ontlenen aan het Besluit 1/80 omdat de vader in 2014 afstand had gedaan van de Turkse nationaliteit. Daarnaast was er geen sprake van familieleven omdat eiser sinds 2006 in Turkije woonde en de vader in Nederland, en de relatie niet meer was dan gebruikelijke afhankelijkheid. Ook was het horen in bezwaar niet verplicht omdat het bezwaar geen ander besluit kon opleveren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van familieleven volgens artikel 8 EVRM.